In- of extern vertrouwenspersoon?
Het is in het belang van zowel werkgever als werknemer dat er een goed opgeleid vertrouwenspersoon beschikbaar is. Een vertrouwenspersoon kan escalatie, ziekteverzuim en onrust beperken of zelfs voorkomen. Maar willen medewerkers eigenlijk liever een interne of een externe vertrouwenspersoon?
Een vertrouwenspersoon is er voor medewerkers die te maken krijgen met ongewenste omgangsvormen zoals (seksuele) intimidatie, pesten, agressie of discriminatie, of die een integriteitsschending willen melden. De drempel om zoiets te bespreken is vaak hoog. Juist daarom is het cruciaal dat de vertrouwenspersoon echt laagdrempelig en veilig benaderbaar is.
Een interne vertrouwenspersoon kent de organisatie, de cultuur en de mensen. Dat maakt de lijnen kort. Tegelijk zit daar meteen het risico: de medewerker kent de vertrouwenspersoon ook als collega en twijfelt soms of het gesprek echt vertrouwelijk blijft. Belangenverstrengeling ligt op de loer.
Een externe vertrouwenspersoon staat volledig los van de organisatie. Onafhankelijkheid, neutraliteit en vertrouwelijkheid zijn daarmee gegarandeerd. Voor veel melders verlaagt dat de drempel: je praat met iemand die geen enkel belang heeft binnen het bedrijf.
In de praktijk kiezen steeds meer organisaties voor een combinatie: een intern aanspreekpunt voor het eerste contact en een externe vertrouwenspersoon voor de vertrouwelijke, onafhankelijke begeleiding. Met het wetsvoorstel dat de aanstelling van een (extern) vertrouwenspersoon wil verplichten voor werkgevers vanaf tien werknemers, wordt deze vraag voor veel organisaties actueel.